Gelijke talenten, gelijke kansen

Waar in Nederland je bent geboren kan bepalend zijn hoe succesvol je later zult zijn en ook hoeveel je daarbij zult verdienen. Ook aangeboren talenten kunnen allesbepalend zijn voor je sociale status, je inkomen en je levensverwachting. Soms lijkt de woonplaats bepalender voor de levenskansen dan de afkomst. Op basis van het inkomen van de ouders, hun geslacht en waar ze hun kindertijd doorbrachten, wordt er voorspeld dat de een minder zal verdienen dan de ander. Is aanleg even belangrijk als afkomst? Is er voldoende aandacht voor de gedachte dat gelijke talenten ook gelijke kansen krijgen?

Een meritocratisch systeem

Michael Young is de bedenker van het begrip ‘meritocratie’ en beweert dat een meritocratisch systeem superieur zou zijn aan een maatschappelijke ordening op basis van afkomst. Bij dit maatschappijmodel is de sociaaleconomische positie van elk individu gebaseerd op zijn of haar verdiensten. Het gaat niet om de aanleg dat diegene heeft, maar om wat diegene met de aanleg doet. Wanneer personen meer verdienstelijk zijn voor de samenleving, zullen ze er ook meer voor beloond worden met status, macht en inkomen. Individuen nemen een positie in de samenleving op basis van hun eigen capaciteiten en kennis en niet via afkomst, geboorte of huwelijk. Eigen inzet is hier het belangrijkste.

Waar je bent geboren, bepaalt de kansen in je leven.

Uit onderzoek blijkt dat de plaats waar je bent geboren bepalend kan zijn voor de hoogte van je inkomen dat je later zult verdienen. Kinderen van rijke ouders met kinderen van arme ouders uit dezelfde wijk worden met elkaar vergeleken. Arme kinderen uit de voorsteden of het platteland hebben veel meer kans om ver te komen dan kinderen uit grote steden. In de grote steden is het makkelijker om in je eigen sociaaleconomische kring te blijven. In een kleinere gemeente waar arm en rijk door elkaar wonen, trekken kinderen makkelijker op met kinderen met een kansrijker achtergrond.

Afkomst is belangrijk voor je kansen

Kinderen uit gezinnen met hoogopgeleide ouders zouden meer kans hebben om op hogere onderwijstypen terecht te komen dan kinderen met dezelfde talenten maar met laagopgeleide ouders. Met extra ondersteuning en extra lessen kunnen ze bijgespijkerd worden als het even niet goed gaat. Doordat ze financieel geen tekort hebben, kunnen ze ook in het hoger onderwijs academische carrière voortzetten.

Geen talenten maar toch een goed leven

Kortom, we hebben het gehad over meritocratie waarbij iedereen gelijke kansen heeft ondanks de afkomst, de plaats waar je bent geboren en over je afkomst. Gelijke kansen zijn belangrijk, maar niet voldoende. Mensen die niet gezegend zijn met talenten die op de markt schaars zijn, zouden toch een fatsoenlijk leven moeten leiden. Ook wanneer men niet hoogopgeleid is, zou een bestaanszekerheid moeten hebben en ook kinderen met niet hoogopgeleide ouders kunnen de kans krijgen om op hogere onderwijstypen te komen.

Tuba Gulbahce
Orthopedagoog

Share on facebook
Share on linkedin
Share on twitter
Share on email

Nieuwsartiekelen